woensdag 20 september 2017

Brigitte Lardinois (red): Magnum Magnum

Brigitte Lardinois (red): Magnum Magnum (Groot Britannië, 2007): 565 blz: Vertaald door Fred Hendriks (2007): Uitgeverij Lannoo: Oorspronkelijk uitgever Thames & Hudson

Magnum Magnum by Brigitte Lardinois"Magnum magnum" is een monumentale uitgave over het fotoagentschap Magnum op groot formaat en zeer zwaar. Het is in alle opzichten een prachtig boek.

Het concept van het boek is vrij simpel: iedere Magnumfotograaf die niet vrijwillig is opgestapt (oa Sebastiao Salgado en James Nachtwey) wordt vertegenwoordigd met 6 foto's die door een andere Magnumfotograaf zijn uitgekozen. In totaal staan er 413 foto's van 69 fotografen in het boek.

Steeds worden twee fotografen aan elkaar gekoppeld, waarbij ze elkaars werk bespreken. Behalve de 6 foto's heeft iedere fotograaf twee bladzijden tekst toegewezen gekregen, een bladzijde met een algemeen overzicht van zijn of haar carrière en een bladzijde waarin de fotograaf die het werk uitzoekt zijn of haar keuze toelicht.

Je hoort mij vaak klagen over de kwaliteit van de teksten bij kunst- en fotoboeken. Hier zijn de teksten voorbeeldig, inzichtgevend en to the point, zoals het hoort. Wat ook prettig is dat er veel zorg aan de vertaling is besteed, ik heb weinig taal- of stijlfouten kunnen ontdekken.

De foto's die uitgekozen zijn worden op groot formaat afgedrukt en zijn bijna zonder uitzondering de moeite waard. Van sommige fotografen waarvan ik het werk goed ken (zoals Steve McCurry, Henri Cartier-Bresson, Carl de Keyzer) vind ik niet hun mooiste foto's opgenomen, maar wel mooie foto's.

Andere fotografen zijn een ontdekking voor mij. Er zijn vele fotografen in dit boek opgenomen wiens werk ik beter wil leren kennen. Kortom, een sieraad voor mijn boekenkast en een van de mooiste boeken die ik ooit in handen had!

   

maandag 18 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 1

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 1: 419 blz

De essays"De essays" van Michel de Montaigne is een van die klassiekers uit de wereldliteratuur waarvan iedereen wel eens gehoord heeft, maar die maar weinig mensen hebben gelezen.

Ik heb deel 1 herlezen in de prachtige vertaling van Hans van Pinxteren en het moet worden gezegd: ik ben fan. Sterker nog, ik vind "De essays" een van de meest indrukwekkende boeken die ik ken. Erg de moeite waard ook om er citaten uit te plukken, ik heb er 90! genummerd in de tekst.

De naam essay komt van het Franse werkwoord essayer dat proberen betekent. Eigenlijk zijn het dus probeersels.

Montaigne leefde vanaf zijn 37e een teruggetrokken leven op zijn kasteel en landgoed, waar hij zich bezighield met schrijven. Vanaf 1570 tot 1580 zijn de essays ontstaan. In 1580 werd de eerste editie in 2 delen gepubliceerd. In 1588 verscheen de tweede uitgebreide editie. Van deze editie had Montaigne een exemplaar in bezit (het zogeheten Bordeaux-exemplaar) waarin hij tot aan zijn dood in 1892 allerlei toevoegingen schreef en zelfs een compleet derde deel met 13 nieuwe essays. In deze vertaling is terug te vinden uit welke editie de tekst stamt: de editie uit 1580 wordt aangegeven met een a in de tekst, de editie uit 1588 met een b, en het Bordeaux-exemplaar met een c.

Montaigne schrijft vooral over zichzelf. De titels van de essays zijn vaak maar een vage aanduiding van waar het essay over gaat, hij dwaalt nogal af. In feite lijkt het of een goede vriend tegen je aan praat. Montaigne is hierbij verfrissend ondogmatisch. Hij heeft zijn eigen ideeën of opvattingen, maar hij erkent daarbij tegelijkertijd dat andere mensen andere ideeën hebben, die misschien wel even juist of soms zelfs juister zijn.

Wat leuk is, is dat Montaigne steeds citaten gebruikt uit de klassieke oudheid (van auteurs als Cicero, Seneca, Caesar, Livius, Vergilius, Ovidius, Horatius, meestal schrijvers in het Latijn). Hierbij wordt in de tekst de Nederlandse vertaling van het citaat cursief weergegeven, terwijl het citaat in zijn oorspronkelijke versie met aanduiding van de herkomst in een voetnoot staan. De vorige vertaler van de essays: Frank de Graaff (zorgde ook voor een mooie vertaling) gaf de citaten in de tekst weer, met de vertaling in de voetnoten. Ik geef de voorkeur aan de methode van van Pinxteren, zo lees je lekkerder door.

Een aantal van de (mijns inziens) mooiste citaten uit de tekst:

- 6 Zodra iemand de feiten verdraait en naar zijn hand zet, kan het haast niet anders of hij zal zich in de details vergissen wanneer hij hetzelfde verhaal meer dan eens vertellen moet.

- 7 Ik weet dat veel van mijn tijdgenoten dolgraag de reputatie zouden hebben een gewiekst onderhandelaar te zijn, maar ze vergeten dat als je zo'n reputatie eenmaal hebt je niet veel meer kunt uitrichten.

- 12 Overigens is het heel nuttig als je weet hoe je je tegenover anderen gedragen moet. Want kennis van de omgangsvormen helpt ons, net als schoonheid en charme dat doen, een eerste stap te zetten op de weg naar  maatschappelijk verkeer en vriendschap, en biedt ons derhalve de mogelijkheid om te leren van de voorbeelden van anderen en om zelf een voorbeeld te stellen en uit te dragen, voorzover dat leerzaam voor anderen is.

- 13 Elke mening kan zo overtuigend zijn dat je altijd wel mensen vindt die haar ten koste van hun leven staande zullen houden.

- 15 Eén messnede van de chirurgijn voelen wij heviger dan tien zwaardhouwen in het vuur van de strijd.

- 16 Ja, de waarde van de dingen ligt voor ons niet zozeer in wat ze ons geven als wel in wat wij eraan uitgeven.

- 17 Rijk zijn is meer een kwestie van beleid dan van inkomsten.

- 27 Een koopman doet alleen goede zaken als de jeugd uit de band springt, een landbouwer als het graan duur is, een architect als er huizen instorten, gerechtsdienaren als de mensen geschillen hebben en procederen; en zelfs geestelijken kunnen alleen respect inboezemen en hun ambt uitoefenen dankzij onze zonden en onze dood.

- 28 Want de gewoonte is inderdaad een harde en verraderlijke lerares, die zonder dat wij het in de gaten hebben stukje bij beetje aan gezag wint.

- 34 Begaafde lezers ontdekken in andermans geschriften vaak parels die de schrijver zelf er niet bewust in heeft gelegd: ze verdiepen de betekenis en verrijken het inzicht.

- 35 Voorzichtigheid, met haar kiesheid en bedachtzaamheid, is de doodsvijand van grootse ondernemingen.

- 39 Misschien kun je best geleerd zijn door de geleerdheid die je bij een ander vindt, maar wijs kun je alleen maar zijn door de wijsheid die je uit jezelf haalt.

- 40 Als je iemand ziet met kapotte schoenen, zeg je wel: dat zou best een schoenmaker kunnen zijn. Zo ook blijkt uit ervaring dat een arts zijn gezondheid meer verwaarloost, dat een zielenherder minder past op zijn eigen ziel, en dat een geleerde onwijzer is dan wie ook.

- 47 Alleen dwazen kennen geen twijfel en weten alles met zekerheid.

- 48 Waarheid en reden zijn van iedereen en behoren niet méér toe aan wie ze het eerste heeft uitgesproken dan aan wie ze na hem zegt.

- 50 Betweterig en koppig bij je standpunt blijven is een banale eigenschap, die meestal opduikt bij kleingeestige lieden; maar op je standpunt terugkomen en in het heetst van de discussie je ongelijk erkennen, is een zeldzame eigenschap, een blijk van kracht en wijsheid.

- 56 Ik vraag niet van een lakei dat hij zedig is, ik wil weten of hij vlijtig is. En ik vind het minder erg dat mijn ezeldrijver gokt dan dat het een sukkel is, ik heb liever een kok die vloekt dan een die niet kan koken.

- 61 Hoe wij ons best ook doen, zelfs van het kleinste vogeltje kunnen wij het nest met zijn mooie, hechte, praktische bouw nog niet namaken, al net zomin als het web van een gewoon spinnetje. Alle dingen, zegt Plato, zijn door de natuur, het toeval of de kunst voortgebracht; de grootste en mooiste door de natuur en het toeval, de minste en onvolmaaktste door de kunst.

- 65 En de man uit de Oudheid die een steen naar een hond gooide, maar er zijn schoonmoeder mee trof en doodde, citeerde terecht de volgende versregel: De fortuin richt beter dan wij.

- 67 Het is mijn speciale wens dat elk mens op zijn eigen waarden beoordeeld wordt en niet naar modellen die voor iedereen op moeten gaan.

- 69 Als ik mijn knecht uitscheld, doe ik dat uit de grond van mijn hart, en mijn verwensingen zijn niet geveinsd maar echt. Maar als ik eenmaal stoom heb afgeblazen, zal ik, mocht hij mij nodig hebben, hem graag helpen.

- 70 Toen Socrates verteld werd dat iemand niet beter van een reis was teruggekeerd, zei hij: "Natuurlijk niet, want die man had zichzelf meegenomen."

- 71 Wij moeten zo mogelijk een vrouw hebben, kinderen, bezittingen, en vooral een goede gezondheid, maar ons daar niet zó aan hechten dat ons geluk ervan afhangt.

- 76 Niet het bezitten van de dingen, maar het genieten ervan maakt ons gelukkig.

- 80 De ervaring leert dat nu eens de ene, dan weer de andere handelswijze de beste is.

- 84 Een uitstekend bewijs van de zwakte van ons verstand is dat het de dingen aanprijst op grond van hun zeldzaamheid of nieuwigheid, of zelfs vanwege hun moeilijkheid, ook al zijn ze nergens goed of nuttig voor.

Het is duidelijk, voorlopig lees ik door in de Essays. Daarna wil ik het boek van Sarah Bakewell herlezen.

 


zondag 17 september 2017

Lieke Marsman: Het tegenovergestelde van een mens

Lieke Marsman: Het tegenovergestelde van een mens (Nederland, 2017): 172 blz: Uitgeverij Atlas Contact

Het tegenovergestelde van een mensCollega blogger Teunis Bunt heeft een wervende recensie geschreven over dit boek die uitgebreid op de inhoud ingaat, dat ga ik hier dus niet over doen.

Hoofdpersoon van het boek is de 28-jarige Ida die een relatie heeft met Robin en klimaatwetenschapper is.

Het boek is geschreven in korte hoofdstukjes met veel losse overpeinzingen. De openingszin van het boek (na een gedicht) vind ik geniaal: Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was. Hoe bedenk je zoiets, of zou ze dat echt gedacht hebben toen ze jong was?

De structuur van het boek leent zich er goed voor om af en toe bij een passage te blijven stilstaan. Daarvoor vond ik de teksten niet boeiend genoeg, typerend is dat ik buiten de openingszin geen geschikte citaten vond.

Eigenlijk vind ik de afwisseling met vele korte stukjes eerder storend dan iets toevoegen. Kortom, ik ben niet zo enthousiast over dit boek, maar kan mij anderzijds ook wel voorstellen dat andere lezers er wel iets in zien.

   

vrijdag 15 september 2017

Ron Moerenhout: Laatste boot naar Sint-Helena

Ron Moerenhout: Laatste boot naar Sint-Helena: Een ode aan een van de meest afgelegen eilanden ter wereld (Nederland, 2016): 231 blz: Uitgeverij Meulenhoff

Laatste boot naar Sint-HelenaMoerenhout was gefascineerd door het afgelegen eiland Sint-Helena. Sint-Helena ligt meer dan 2000 kilometer uit de kust van zowel Afrika als Zuid-Amerika in het midden van de Atlantische Oceaan.

Sint-Helena is eigenlijk maar om een ding beroemd, dat is het feit dat Napoleon er de laatste zes jaar van zijn leven in ballingschap heeft doorgebracht.

Sint-Helena is ontdekt door de Portugezen, vervolgens veroverd door de Nederlanders en later gekoloniseerd door de Engelsen.

Moerenhout wilde met eigen ogen een kijkje nemen en ging er naartoe met de enige boot die het eiland aandeed. Behalve de resten van Napoleons verblijf was hij vooral geïnteresseerd in overblijfselen van de Nederlandse aanwezigheid en wilde hij graag een foto maken van de Nederlandse vlag die op het eiland wappert. Ook werd zijn interesse gewekt door het verhaal van Willem Merk, een Nederlandse drugsmokkelaar die uit de gevangenis wist te ontsnappen en naar Brazilië vluchtte.

Een aantal citaten:
- Later zou Napoleon hierover zeggen: "Eerzame en rechtschapen lieden dient men met zachtmoedige middelen te overtuigen. Het gepeupel moet je angst aanjagen met terreur."

- Een oceaanwedstrijdzeiler had me ooit verteld dat hij vooral bang was voor een aanvaring met een walvis of een overboord geslagen container.

- Veel reuzenschildpadsoorten zijn uitgestorven omdat ze populair voedsel waren op schepen. Ze waren eenvoudig mee te nemen, konden lang zonder voedsel en ze smaakten heerlijk.

- Het enige goede aan Sint-Helena is de koffie, heeft Napoleon ooit gezegd.

- Boeren die goed gedrag vertoonden, kregen een behoorlijke bewegingsvrijheid van de Britten. Onder de Boeren waren musici, onderwijzers, architecten, meubelmakers, timmerlieden, bouwvakkers, landarbeiders en natuurlijk ook boeren. Verschillende Boeren gingen overdag werken voor de overheid, op boerderijen en andere bedrijfjes op het eiland. Diegenen met wat geld mochten huisjes bouwen van paraffineblikken, waardoor "Blikjesdorp" ontstond.

"Laatste boot naar Sint-Helena" is aardig geschreven, maar ook niet meer dan dat. Eigenlijk is het alleen echt interessant voor mensen met interesse voor Sint-Helena. Ieder ander kan dit boek rustig ongelezen laten.

  

woensdag 13 september 2017

Sándor Márai: Land, land

Sándor Márai: Land, land (Hongarije, 1972): 345 blz: Vertaald door Mari Alföldy (2002): Uitgeverij Wereldbibliotheek

Land, land! ...Van Sándor Márai had ik eerder het indrukwekkende "Gloed" gelezen, over een oudere man die terugblikt op zijn vriendschap met zijn beste vriend, die er uiteindelijk vandoor ging met zijn vrouw.

Het eerste deel van "Land, land" is puur beschrijvend, gaat over het Hongarije van net na de Tweede Wereldoorlog en behoort tot het mooiste wat ik ooit heb gelezen.

Na deel 1 stapt Márai over van puur beschrijvend naar een meer beschouwende toon en vond ik het een stuk minder interessant worden.

Márai schrijft over zijn vrienden, van wie velen de oorlog niet overleefden en ook uitgebreid over een aantal Hongaarse schrijvers waar ik nog nooit van heb gehoord. Uiteindelijk vlucht Márai in 1948 naar de Verenigde Staten, omdat hij in Hongarije niet alleen niet meer kan schrijven, maar vooral ook omdat hij niet meer kan zwijgen, als hij als schrijver niets schrijft is dat ook verdacht.

Weer een aantal citaten:

- Het communistische machtssysteem vreesde niemand méér dan communisten die in het Westen hadden gezien dat er misschien wel andere vormen van maatschappelijke ontwikkeling waren dan het communisme, die sneller resultaat brachten.

- Af en toe dacht ik aan de verzuchting van de oude Freud, die in een van zijn laatste boeken zei: "De communisten hebben de mensen het privébezit ontnomen, omdat bezit volgens hen de mensen tot agressie aanzet, maar de bolsjewistische maatschappij bleef ook zonder privébezit agressief."

- Om ideeën uit te wisselen zijn woorden nodig: zonder woorden kan er niets uitgewisseld worden en voelt men alleen een tinteling in het bewustzijn, alsof er een mier over je huid kruipt.

- In Hongarije bekommerde niemand zich om de vraag waar een schrijver van leefde. Die onverschilligheid was institutioneel. Een schrijver die zich een huis bijeengepend had, was in Hongarije een even grote zeldzaamheid als een bedelende fransiscaner monnik die in het geheim op de beurs blijkt te speculeren en zelfs grote winsten maakt.

- Naar de landheer met 500 hectare grond werd niet alleen angstig opgekeken door de landarbeiders en dagloners, die voor hun efemere leven afhankelijk waren van de welwillendheid van de landeigenaar, de rentmeester of de opzichter, maar ook door de plaatselijke dorpsbestuurder, die ervan droomde dat de rentmeester van de landeigenaar zou zorgen dat zijn kind - dat oliedom kon zijn of geniaal, maar altijd in een broek met gaten liep en droog brood at - op de middelbare school van de nabijgelegen provinciestad werd aangenomen en vrijgesteld werd van de betaling van schoolgeld.

- De boeren, de zwarthandelaren en de parasieten van de partij werden dikker en rijker, alle anderen verloren bloed. De intellectuelen, de arbeiders, de ouderen van de burgerklasse teerden uit en verschrompelden met de dag, als door atrofie.

- Wetten en overheidsbesluiten met een echte geldigheid waren er niet meer; wetten bestaan alleen waar ze ook bescherming betekenen en niet alleen een aanval.

- Elk maatschappelijk stelsel, zo ook het zogenaamde socialisme, heeft de Koopman nodig om te kunnen functioneren: het is de grootste vergissing van het oosterse socialisme om een kruistocht af te kondigen tegen de "handelaar die alleen op winst uit is", en de onafhankelijke tussenhandelaar uit te schakelen en te vervangen door staatsemployés, die bureaucratisch en lui zijn, dikwijls corrupt en altijd langzaam en incompetent.

- Toynbee (groot geschiedschrijver) schreef op tachtigjarige leeftijd nog een boek en zei in de inleiding dat er op grond van de bestudering van de geschiedenis geen conclusies over de toekomst getrokken konden worden, aangezien het niet zeker was dat de mensen onder dezelfde omstandigheden in de toekomst hetzelfde zouden doen als in het verleden.

- Chateaubriand: "Zonder privébezit is geen vrijheid mogelijk."

- Als ik in Hongarije zou blijven, zouden mijn boeken voor een schijntje van de hand gedaan worden. Als ik het land zou verlaten, zou de magazijnvoorraad van mijn boeken in de papiermolen tot pulp worden vermalen. Dat stelde ik me voor. In werkelijkheid gebeurde er iets anders: ik ging weg uit het land, maar mijn boeken werden niet naar de papiermolen gestuurd, maar mijn oeuvre werd op advies van een communistisch financieel genie eerst naar de kelder gebracht, en later voor harde valuta verkocht in de Hongaarse boekhandels in het Westen.

 

maandag 11 september 2017

Maarten Troost: Het sexleven van kannibalen

Maarten Troost: Het sexleven van kannibalen: Leven op een onbewoonbaar eiland (Verenigde Staten, 2004): 319 blz: Vertaald door Richard Kruis (2005): Uitgeverij Vassalucci: Oorspronkelijk uitgever: Broadway

Het sexleven van kannibalen : leven op een…Maarten Troost beschrijft zijn verblijf op Tarawa, een eiland in de republiek Kiribati gedurende twee jaar samen met zijn vrouw Sylvia die ontwikkelingswerker is.

Tarawa is niet wat je noemt een paradijselijk tropisch onbewoond eiland. In feite is het er overbevolkt, er zijn alleen maar hutten van stro, er is gebrek aan alle essentiële voedingsmiddelen op vis na, er is nauwelijks elektriciteit en geen stromend water en er heersen tal van tropische ziekten.

Troost beschrijft hun verblijf met een milde humor.

Hier weer een aantal citaten:

- Voor niksers is het een moeilijk te verteren realiteit dat onze wereld banen nodig heeft om er een houdbaar bestaan op na te kunnen houden. Het niksen wordt mijns inziens geweldig onderschat en door sommige mensen zelfs als des duivels beschouwd. In mijn ogen is niksen daarentegen een deugd, maar de samenleving zag dat anders zodat de noodzaak werk te zoeken bleef bestaan.

- De man voorzag onze paspoorten van een stempel. Ik was aangenaam verrast dat het slechts om een kleine, bescheiden stempel ging - de meeste ontwikkelingslanden beseften dat ze geen supermachten waren, maar dat betekende nog niet dat ze geen superstempels konden hebben die moeiteloos een hele bladzijde van je paspoort vulden, soms zelfs twee. Hoe onbeduidender en dictatorialer het land, hoe pompeuzer de stempel, en dus leek de kleine inktvlek waarvan Kiribati je paspoort voorzag te willen zeggen: Wij zijn een klein land. Wij zijn tevreden. Wij hebben geen illusies.

- Ik vroeg haar om pindakaas en zij liet mij via haar wenkbrauwen weten dat ze me had begrepen. Ook kon ze me het appel-veenbessap leveren. Toen ik weer thuis was ontdekte ik dat de houdbaarheidsdatum van het sap drie maanden geleden was verstreken en dat de pot pindakaas een mierenkolonie bevatte, opgesloten in een kleverig moeras van geplette olienoten. Het sap werd gedronken, de mieren uit de pot geschraapt, de korenwormen uit het brood geplukt en er werd een boterham met pindakaas gegeten. Ik vond het heerlijk eens een maaltje te eten waar geen vis aan te pas kwam.

- Die gedachte kwam wederom bij me boven toen me, tot mijn niet geringe afkeer, de plotselinge aanwezigheid van een groot aantal vuile luiers rond het huis begon op te vallen. Die waren daar door honden achtergelaten die ze op het rif vonden en genotvol van hun inhoud beroofden. ... Een volgescheten luier is een prachtig verpakte lekkernij voor een hond. Ze zijn er verzot op maar wat niet van hun gading is blijft in de vorm van weerzinwekkende, gore molshopen rond ons huis achter.

- De eilanden van Kiribati hadden, zoals na de vluchtigste verkenningen al vast kwam te staan, bijna niets waardevols te bieden voor de I-Matang (= vreemdelingen) aan het begin van de negentiende eeuw. Ze ontbeerden vers voedsel, goed drinkwater, goud, zilver, specerijen, bont, stoffen, sandelhout, dus zo ongeveer alles wat in die tijd als handelswaar kon worden aangemerkt. Wat Kiribati echter wel te bieden had waren vrouwen.

- Beiataaki bewoog zich naar de andere kant van de boot toen de haai eronderdoor zwom. Hij gooide grote stukken vis in het water. Ik stond daar niet achter. Het was alsof we op een vijver in het stadspark lagen en de eendjes voerden. Maar dit was geen vijver. En dat daar was zeker geen eend, maar een haai van zes meter lang.

- De oceaan ging als een razende tekeer. Zeven meter. Zo hoog waren de golven die ons tegemoet kwamen toen we het kanaal achter ons hadden gelaten. Zeven meter. Van het laagste punt tot de schuimende kop. Zeven meter. En dit waren geen rollende golven die vrolijk over elkaar heen buitelden. Dit waren steile, instortende muren van water, dicht opeengepakt door het plotselinge oprijzen van land. Geen enkele ervaring die ik ooit opdeed had me voorbereid op de aanblik van die golven.

- Hoe dan ook, wanneer je wereld is teruggebracht tot een reepje land ergens in de Stille Zuidzee krijgen je aspiraties de neiging te veranderen. Ooit wilde ik correspondent worden van The New York Times. Nu was ik erop gebrand met evenveel flair als de I-Kiribati een kokosnoot open te breken.


- De eilanden verlaten betekende koers zetten naar het onbekende. In de westerse wereld zouden we stuurloos zijn. Uiteraard was er airconditioning in die wereld en er zouden restaurants en boekhandels zijn. Er waren artsen. Ook elektriciteit en water zouden overvloedig voorradig zijn. En toiletten. Ontelbare toiletten. En we hadden er familie en vrienden.

   

zaterdag 9 september 2017

Marc Helsen: De groote trek

Marc Helsen: De groote trek (België, 2001): 429 blz: Uitgeverij Lannoo

De Groote TrekMarc Helsen maakte van eind 1999 tot begin 2001 een 15 maanden durende reis om de wereld.

Hij nam de Transsiberische spoorweg, bezocht de Chinese muur, bezocht Tibet, Vietnam en Cambodja waar hij sprak met mensen die de mijnen opruimden. Hij werd ziek in Maleisië, maakte een trekking in Nieuw Zeeland, bezocht in Australië Cooktown, maakte met een oceaanstomer de overtocht naar de Verenigde Staten. In Alaska voer hij met een vlot een wilde rivier af. Hij bezocht het Panama-kanaal, de Galapagos eilanden en Macchu Pichu. Hoogtepunt van de reis was wel een gesprek met Nelson Mandela.

Het boek is vlot geschreven, met af en toe wat Belgicismen, maar Helsen is geen groot stilist.

Een aantal citaten:
- Ik vroeg hem over wat voor kwaliteiten iemand moest beschikken om in het huidige Rusland zaken te doen. Hij lachte. "Je moet voor een derde zakenman zijn, een derde politicus en een derde maffioso!"

- De Chinese conducteur wilde weten waar ik vandaan kwam. Dat moest op een of ander formulier worden ingevuld.
"Belgium."
"Hu?"
"Belgium."
"Hu?"
"Belgium! Belgien. Belgique. Belgica."
In het hoofd van de man ging geen enkel lampje branden, maar hij gaf zijn pogingen om mijn afkomst te achterhalen niet op.
Wat zou België in het Chinees zijn?
Verrek, dacht ik toen en pleegde landverraad: "Holland."
"Ah, Holland! Yes."
Hij vulde Holland op het formulier in. Tot zover de bekendheid van het Koninkrijk der Belgen voorbij Ulan Bator.

- Bestond er dan geen racisme in China? "Nee, want in China zijn geen negers," zo luidde ooit het legendarische antwoord van een student aan de universiteit van Peking.

- Uitspraak van Deng Xiaoping: "Wat maakt het uit of de kat wit of zwart is, als ze maar muizen vangt."

- "Eerst ruimden we de mijnen rond de tempels op, waar de toeristen komen," zei kolonel Sarun, met de ijzeren logica van de ontwikkelingslanden, die stelde dat wat geld opbracht eerst beveiligd moest en dat de lokale bevolking geduld moest uitoefenen. "Daarna komen de rijstvelden aan de beurt, vervolgens de stroken langs de wegen en dan de huizen en tuinen."

- De eerste dag in het oerwoud leerde ik tussen 17.30 uur en 17.45 uur vijf belangrijke woudloperslessen. In volgorde van belangrijkheid waren ze: steek nooit je paspoort en reisdocumenten in de zakken van een katoenen broek als je in de jungle verdwijnt. Zorg dat je om 17.30 goed en wel terug in het kamp bent, want om 17.31 zet iemand in het oerwoud de hoofdschakelaar voor het licht af. Bij een tropisch onweer veranderen de oerwoudpaden binnen de kortste keren in glijbanen vol bruine zeep. Gebruik speciale kousen om te vermijden dat een legioen bloedzuigers via je benen omhoog klimt om zich in de plooien van je liezen dronken te voeren aan het bloed van hun gastheer. En tenslotte: de onweders in Noord-Borneo beginnen stipt drie minuten nadat een forse bries de kruinen van de bomen heeft beroerd.

- Kappers zijn overal in de wereld hetzelfde: ze vinden dat de aan het bewind zijnde regering zo snel mogelijk moet opdonderen, dat het schandalig is dat de inflatie de afgelopen vijf jaar zo snel gestegen is en dat het nationale voetbalteam er niks van bakt, vooral omdat de coach een dikke nul is en de beste spelers niet wil opstellen.

- Eén ding is duidelijk: voor Australië wordt verzoening tussen blank en zwart dé uitdaging van de 21e eeuw. Hoe bewerkstellig je begrip tussen enerzijds een cultuur die zich er op het ritme van van de natuur tienduizenden jaren in specialiseerde alles te delen, en niets te verwerven en die geen privé-bezit kende, en anderzijds een cultuur waarvan de ultieme vervulling is zoveel mogelijk goederen, grond en geld te verzamelen en de natuur te beteugelen? 

- Het totaal van die eigenaardigheden vertelde wat over het karakter van de porteos. "De inwoners van Buenos Aires zijn Italianen die Spaans spreken, zich gedragen als Fransen en denken dat ze Engelsen zijn."